Gendergelijkheid

De Noorse gendergelijkheidswet werd aangenomen in 1978. Het heeft de bedoeling om ervoor te zorgen dat mannen en vrouwen gelijk worden behandeld. Het aannemen van deze wet is belangrijk voor beide geslachten, hoewel het de positie van vrouwen is waarop de wet zich in het bijzonder concentreert.

Vrouwen vochten vele jaren voor gelijkheid voordat de Noorse gendergelijkheidswet werd aangenomen. Vrouwen wonnen erf rechten gelijk aan mannen in 1854, en ongehuwde vrouwen wonnen het recht om als onafhankelijke volwassenen te worden beschouwd in 1864. Getrouwde vrouwen kregen dit recht pas in 1888. Dit betekende dat ze nu controle hadden over wat er met hun eigen vermogen werd gedaan.

De Noorse Vereniging voor de Rechten van de Vrouw werd opgericht in 1884. Haar leden waren zowel vrouwen als mannen.

Tegen het einde van de 19e eeuw kregen vrouwen nieuwe kansen in het onderwijs en hun keuze van beroepen. Vrouwen kregen in 1870 het recht om als lerares te werken. De maatschappij veranderde snel in deze tijd en er was een grote vraag naar nieuwe arbeid. Veel vrouwen begonnen te werken in telegraafdiensten of telefooncentrales. Beide waren werkplekken op basis van nieuwe technologie. Veel van de nieuwe vrouwenberoepen vereisten training. De nieuwe mogelijkheden waren vooral van belang voor vrouwen uit de middenklasse.

Arbeidersvrouwen hadden lang in fabrieken gewerkt. Ongeveer 1/3 van alle vrouwen in de werkende leeftijd had tegen het einde van de 19e eeuw betaald werk. De meesten waren jong en ongehuwd.

Belangrijke jaren in de geschiedenis van gendergelijkheid in Noorwegen

  • 1910 Vrouwen hebben het kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen gewonnen
  • 1911 Eerste vrouwelijke plaatsvervangend lid in het Noorse Parlement (Anna Rogstad)
  • 1913 Vrouwen krijgen het universele recht om onder dezelfde voorwaarden te stemmen als mannen.
  • 1922 Eerste vrouwelijk lid van het parlement (Karen Platou)
  • 1945 Eerste vrouwelijke kabinetsminister (Kirsten Hansteen)
  • 1961 Eerste vrouwelijke predikant (Ingrid Bjerkås)
  • 1968 Eerste vrouwelijke rechter van het Hooggerechtshof (Lilly Bølviken)
  • 1974 Eerste vrouwelijke hoofd ambtenaar van een provincie (Ebba Lodden)
  • 1978 Eerste vrouwelijke gendergelijkheid ombudsvrouw (Eva Kolstad)
  • 1981 Eerste vrouwelijke premier (Gro Harlem Brundtland)
Share