1908 Door Noorwegen

Door Noorwegen, door G. Bosch. Eerder verschenen in “De Aarde en haar Volken”, 1908

*** Dit is een PROJECT GUTENBERG EBOOK zie licentievoorwaarden aan het einde van dit reisverhaal ***

Naar Noorwegen! Zoo klonk het besluit, na het lezen van eene reisbeschrijving door dat land.

Zooveel moois was wel nergens ter wereld te zien, en schijnbaar in een niet te groot bestek.

En de reis werd ondernomen; het vele schoons werd gezien–maar dat niet te groote bestek bleek wel eene te vluchtige gevolgtrekking te zijn geweest. Voor velen misschien volkomen juist, n.l. voor hen die over zee in Bergen aankomen, slechts een klein deel van het land doorkruisen, en dan overstelpt werden door ‘t vele moois dat ze zien.

Maar ik wilde wat meer; ik wilde zoo mogelijk van mijne reis een
indruk van het geheele Noorwegen mede thuis brengen, en begon met
het oog daarop een reisplan te ontwerpen–maar ziet dat ging niet in
den beperkten beschikbaren tijd. Het land is groot, zeer groot! Neem
eens eene kaart van Europa, zeide mij later eens een Noor, en vouw
haar om het zuiden van ons land om, dan zult ge zien dat het noorden
tot ver in Italië reikt. En inderdaad Noorwegen is zóó groot, en
bezit zoovele ver, zeer ver uiteenliggende punten, die men dan toch
er eenmaal zijnde, ook bezoeken wil–dat reizigers die over niet
meer dan 15 tot 20 dagen te beschikken hebben, eigenlijk verstandiger
doen, met er niet heen te gaan. Ik was zoo verstandig niet en moest al
dadelijk besluiten om het noordelijkste deel met Trondhjem, en van het
westelijk deel waarschijnlijk ook de stad Bergen onbezocht te laten;
en voor het overige was…. Maar ik hoop dat het u niet vervelen zal
mij van dag tot dag te volgen.

Ten 10 uur ‘s morgens verliet ik Amsterdam; gebruikte te Osnabrück
het middagmaal en kwam ten 9.40 uur ‘s avonds te Hamburg; had daar
weder den tijd tot 11 uur 30 om via Warnemunde naar Kopenhagen te
trekken. Deze trein heeft slaaprijtuigen, die men niet verlaat vóór
de aankomst te Kopenhagen. Intusschen de zeetocht van Warnemunde
tot Gredser was zeer stormachtig; ‘t verblijf in het slaaprijtuig
werd daardoor onderbroken en een kijkje op de boot genomen. ‘t
Was er vol en de reizigers waren allen in opgewekte, eenigszins
luidruchtige stemming. Het personeel der Deensche Staatsspoorwegen
bood den volgenden dag een feest aan, aan dat van de Mecklenburgsche
spoorwegen. De boot was daardoor stampvol met heeren en dames van
de spoor; overal vond men menschen, alléén de slaaprijtuigen en
de slaapplaatsen aan boord bleven onbezet, jammer voor hen die,
als ik, hunne nachtrust wilden genieten, want het inschepen der
spoorwegrijtuigen was zoo kalm gegaan, dat men er zoo midden in den
nacht maar weinig van merkte. Gelukkig was er tusschen Gedser en
Kopenhagen nog een rustig uiltje te knappen. We werden nog eens met
den geheelen trein over een zeearm gezet, en eerst te Roskilde kwam er
zooveel beweging aan de stations, dat het slapen er bij inschoot. Het
eiland Seeland is lief en blijkbaar zeer welvarend, maar niet zóó
mooi, dat het alle aandacht vordert. Ten 9 uur 43 precies stoomden
we het hoofdstation te Kopenhagen binnen; men moet dan voor de reis
naar Noorwegen van dit station naar het Havenstation; men geeft zijn
bagage aan een kruier en laat zich den weg wijzen; heel gemakkelijk,
men houdt altijd links en loopt zoodoende om het hoofdstation heen. De
terreinen van de beide stations liggen met den rug tegen elkaar aan,
maar de rechte lijn kan niet gevolgd worden, men moet den omtrek
eener ellips half afloopen om bij het havenstation te komen. Tijd
is er in overvloed, daar voor behoeft geen enkel reiziger bezorgd
te zijn–maar er is toch iets anders dat vreemd is. Vraagt men den
kruier om een rijtuig naar het havenstation, dan wil hij daar niets
van weten. De man weet hoe kort de afstand en hoe eenvoudig de weg is
en vindt het niet eerlijk om u daarvoor een rijtuig te laten betalen;
hij gaat mede buiten het station, wijst u den weg en zegt dat hij met
de bagage na komt. Ik onderging die belangstellende behandeling en
volgde de andere reizigers; zoo liepen in Kopenhagen vreemdelingen
elkander na, vertrouwende de een op den anderen, niet wetende of
misschien allen voor ‘t eerst van hun leven daar waren.

De man met de bagage komt nog al laat achterna, maar toch in tijds;
hij helpt u zeer dienstvaardig met het uitzoeken eener plaats en
wanneer er een politieman dicht bij is, of een conducteur, geeft hij
u zelfs geld terug, als ge hem boven het tarief betaald hebt.

De lijn naar Helsingör gaat nu langs de kust van Seeland. Het landschap
wordt spoedig na het verlaten van Kopenhagen veel belangwekkender;
men heeft er hier en daar heerlijke kijkjes op de zee; spoort langs
fraaie landgoederen en door prachtige beukenbosschen tot men te
Helsingör aankomende weêr met eene stoompont overgezet wordt naar
Helsingbörg in Zweden. Die te Kopenhagen plaats nam in het doorgaand
rijtuig naar Kristiania kan rustig blijven zitten: ‘t overstappen
naar en van boord heeft trouwens niets geen bezwaar.

De route door Zweden is niet fraai. Van tijd tot tijd als men de kust
wat meer nadert, heeft men wel eens fraaie kijkjes, maar over ‘t geheel
is het landschap eentonig, heuvelachtig, met veel waterplassen terwijl
de rotskammen, die hier en daar uit den grond opsteken, het niet beter
maken. Dan weêr eens bosch en dan weêr minderwaardig bouw- en weiland:
weer plassen enz. Aangenaam is het dat de conducteur de reizigers komt
waarschuwen als aan ‘t eerst volgende station avondtafel is. Men doet
dit overal in Zweden en Noorwegen op de treinen. Die eetgelegenheden
zijn zeer goed; maar aangezien men zich zelf bedienen moet van eene
groote tafel, waar alle eetgereedschap en eene goede verscheidenheid
van wel bereide spijzen gereed staan, om dan aan eene der kleinere
tafels zijn buit te gaan nuttigen, zoo is bescheidenheid hier niet
al te zeer aan te prijzen.

In den avond komt men te Göteborg aan, en een ieder betrekt zijn
slaapcoupé. Deze zijn op de noorsche spoorwegen zeer aangenaam
ingericht; eene slaapcoupé is een ruime halve coupé, van hare
wederhelft gescheiden door eene schuifdeur, die aan beide zijden
afgesloten kan worden. Is de eene helft niet bezet, dan kan men die
ook gebruiken als zitplaats, en beschikt dan zoodoende over een ruim
slaapvertrek. De bedden en het verdere waren uitstekend in orde. Ik
had me reeds in de dubbele ruimte zeer gezellig ingericht, toen ik
opgejaagd werd door twee japanners die ter elfder uur de slaapplaatsen
in mijne zitkamer nog afhuurden. Onderweg had ik ze al een paar maal
gesproken. Zij kwamen laatstelijk uit Berlijn en de oudste stelde
zich met een hoogadelijken titel en onverstaanbaren naam voor; daar de
vriend echter slecht verzorgde werkmanshanden had, kreeg ik den indruk
met een aansteller te doen te hebben, en begon ik Japan al te beklagen,
dat zijne zonen al last kregen van europeesche hebbelijkheden.

Share